Fluisterverhalen             

Opa’s vlieger

 

‘Opa is dood.’

Madelief ligt op haar rug in het warme zand van het strandje vlakbij bij het vakantiehuisje. ‘ Opa is dood’ klinkt het steeds maar in haar hoofd. ‘Opa is dood’.

Het is nu 6 weken geleden dat ...

 

...ze hem begraven hebben en mama vond het een goed idee om er even tussenuit te gaan. Dus zijn ze dit weekend in hun huisje in de duinen; mama, papa , Madelief en haar broertje Jurgen.

Maar zelfs hier op het strand tollen de drie vreselijke woorden rond in Madeliefs hoofd: ‘Opa is dood.’

Maar wat is eigenlijk dood? Opa vertelde steeds dat hij niet echt dood zou gaan, maar op een andere plek terecht zou komen. Een plek die precies bij hem zou passen en waar hij het fijn zou hebben. Maar Madelief mist opa zo erg en voelt zich zo verschrikkelijk verdrietig dat ze zich afvraagt of hij dat misschien verzonnen heeft om haar te troosten. Ze vertrouwde opa voor de volle honderd procent en hij zal haar toch niet als een klein kind voorgelogen hebben alsof ze niet beter wist?? Ze had juist altijd het idee dat niemand haar zo serieus nam als opa dat deed en ze kon altijd bij hem terecht…

Tot op het laatst was hij haar beste vriend en deden ze veel dingen samen. Opa had haar er wel op voorbereid en verteld dat hij zo moe was, dat zijn jasje oud en versleten was en dat hij niet zo lang meer zou leven. Hij had gevraagd of Madelief en Jurgen mooie bloemen en dieren op zijn witte kist wilden schilderen, want hij was dol op kindertekeningen en dat hebben ze gedaan.

En zelf had hij een gedichtje gemaakt dat mama voor hem ingelijst heeft en wat tijdens de uitvaart op de prachtig versierde kist stond:

Lieve mensen,

wat ik jullie toe wil wensen

is:

 ‘Dat je durft te kijken met je ogen dicht,

want als je je naar binnen richt

 ontdek je:

ik ben niet dood,

 maar op een ander plekje.’

***

Maar Madelief kon zich daar helemaal niets bij voorstellen, waarom moeten mensen doodgaan en naar een andere plek…??!! Wie heeft nou zoiets ontzettends gemeens bedacht..??!! En terwijl ze dat denkt schiet er een vlam van woede door haar heen.

De tranen springen haar in de ogen en Madelief barst in huilen uit, ze huilt en huilt totdat er geen traan meer over is en ook de boosheid met de laatste druppel mee is weggespoeld. Dan valt haar oog op de vlieger die ze heeft meegenomen naar het strand. Het is een prachtige lichtblauwe vlieger in de vorm van een ster waarop in een sierlijk handschrift met zilveren letters staat geschreven:

Voor Madelief, mijn hartedief.

Opa heeft die speciaal voor haar gemaakt en er erg zijn best op gedaan, hij heeft de randen met heel dun zilverdraad afgewerkt en er een zilverzijden staart met zeven strikjes aan gemaakt. De zeven strikjes zijn precies in de kleuren van de regenboog, maar in hele zachte glanzende kleuren zodat ze wel van parelmoer lijken te zijn.

Terwijl ze naar de vlieger kijkt, voelt Madelief dat het tollen in haar hoofd wat minder wordt. De enorme huilbui heeft haar opgelucht, maar ook uitgeput, het warme zand voelt als troostende armen om haar heen en een diepe ontspanning maakt zich van haar meester…

…Met de vlieger onder haar arm huppelt ze over het strandje waar nu een lekker windje is opgestoken. ‘Aha’, denkt Madelief: “Dit is precies het juiste moment om opa’s kunstwerk eens uit te proberen.” Opa heeft haar het vliegeren goed geleerd en heel geconcentreerd laat ze hem langzaam klimmen, stuurt wat bij als ie toch naar beneden wil duiken. Dan vindt ie zijn evenwicht en staat ie hoog in de lucht te pronken met de staart vol regenboogstrikjes zachtjes deinend in het briesje. Madelief is super tevreden over het resultaat en ze gaat zitten op het gele zand.

Maar als ze zo een poosje naar de dans van de vlieger heeft getuurd lijkt het net alsof de zilveren staart langzaam begint te groeien en almaar langer wordt. Gefascineerd blijft ze kijken tot de zilveren lijn vlak bij haar is gekomen en dan is het net alsof ze een liedje hoort zingen:

"Kom Madelief,

mijn hartedief

 

ik vlieg voor jou

dus klim maar langs het touw

 

helemaal naar omhoog

tot nog hoger dan de regenboog.

 

Want daar ontdek je:

opa is niet weg

maar op een ander plekje!

Madelief hoeft niet lang na te denken en langs al de gekleurde strikjes die nu samen een hele lange ladder vormen, klimt ze omhoog.

De strikjes verlopen steeds in de kleuren van regenboog: rood, oranje, geel, groen blauw en paars en eenmaal bij het paars gekomen stapt ze gewoon weer op een volgend rood strikje en dat gaat zo maar door. Wat haar wel opvalt is dat de treetjes steeds smaller worden, want waar ze in het begin nog even kon gaan zitten om uit te rusten, is daar nu helemaal geen plek meer voor en deze trap lijkt wel eindeloos te zijn. Maar net als ze zich afvraagt: ‘hoeveel verder moet ik nog gaan?’ komt er  een uitgestoken hand tevoorschijn die de hare beetpakt en haar bovenop een licht blauwwit gemarmerd wolkendek zet. Madelief kijkt haar ogen uit, op zo’n plek is ze nog nooit geweest en je kunt hier zomaar rondlopen als op een heel zacht tapijt.

Wat voelt het hier fijn en heerlijk warm, maar ze is bepaald niet in haar eentje op deze wolk. Er zijn heel veel kinderen vrolijk aan het spelen, ze dragen allemaal een wit pakje en het is net alsof ze doorzichtige vleugeltjes op hun rug hebben.

Ook lopen er grote mensen rond die zorgen voor de kleintjes, ze tillen ze op als ze gevallen zijn en troosten ze. Deze mensen zijn zo’n beetje van mama en papa’s leeftijd en dragen ook allemaal witte kleren, ze hebben een soort lange jurk aan met een zilverkleurige ceintuur om hun middel. Dan ziet ze opeens dat er naast haar ook iemand met zo’n lang gewaad aan geduldig staat te wachten tot ze een beetje aan het tafereel gewend is.

Ze weet eigenlijk niet zo goed of het nou een man of een vrouw is, maar deze persoon heeft een heel vriendelijke uitstraling, hij of zij reikt haar de hand en zegt: “Wat fijn Madelief dat je even op bezoek komt. Opa hoopte al dat je het liedje zou horen en dat het je zou lukken om helemaal omhoog te klimmen. Zal ik je naar hem toebrengen?”

Madelief is zo onder de indruk van alles wat ze ziet dat ze alleen maar kan knikken.

En samen gaan ze op weg naar opa. Haar gids vertelt dat opa toen hij hier net was aangekomen heel erg moe was en dat hij naar het Rusthuis is gegaan om een beetje bij te komen. Maar het gaat nu heel goed met hem en… zo wandelen ze al keuvelend over de wolkenpartij tot de omgeving langzaamaan een lichtpaarse gloed krijgt en het Madelief opvalt dat de mensen en de kindertjes hier niet langer in het wit, maar in een heel zacht lila zijn gekleed. Maar de jurk van de gedaante naast haar is nog steeds helemaal wit en deze legt uit: “ Iedereen die hier komt gaat naar de plek waar hij of zij thuishoort en jouw opa woont in de lila kleur. Mijn werk is in de witte sfeer, maar ik kom vaak op bezoek bij de andere kleuren om een praatje te maken. Opa heeft mij over jou en de vlieger verteld en zo kon ik je een handje helpen om hier een kijkje te komen nemen.

Dan doemt er voor hen een prachtig gebouw op met een brede witte stenen trap die naar een veranda leidt. Ook de muren van het indrukwekkende pand zijn van witte stenen gemetseld, maar de deuren, de raamkozijnen en het dak hebben een lilakleur. Het is het Rusthuis van opa en Madelief ziet opa al staan zwaaien. Wat ziet hij er geweldig uit in zijn paarse kleed, hij lijkt wel een stuk jonger te zijn geworden en straalt van blijdschap als hij Madelief ziet komen.

Wat heeft Madelief opa veel te vertellen; over dat ze zo verdrietig was, dat ze bang was dat hij haar voorgelogen had, over de huilbui en over de vlieger….

Opa laat haar uitpraten en als ze wat tot rust gekomen is neemt hij zelf het woord.

Hij vertelt haar… dat ze hier naar toe kon komen omdat ze een zilveren lijntje met hem heeft … dat hij zo graag wilde dat ze deze plek zou zien …. dat hij hoopte dat ze er andere mensen over zou willen vertellen zodat ze niet meer zo bang zouden zijn om dood te gaan. …dat als mensen zouden weten hoe mooi het hier is, ze zich ook minder verdrietig zouden voelen als iemand van wie ze houden doodgaat…dat doodgaan eigenlijk alleen maar op reis gaan is….dat….dat……………

Terwijl ze luistert naar de vertrouwde stem van opa voelt Madelief zich zwaar worden, ze wordt zwaarder en zwaarder en krijgt het gevoel alsof ze gaat vallen.

En ze valt, maar het is eigenlijk niet vallen, het is meer vliegen of zweven, want het is een heerlijk gewichtsloos gevoel.

Zo zoeft ze naar beneden en met een plofje wordt ze wakker in het gele suikerzand met de vlieger van opa stevig in haar armen geklemd.

Maar de 3 vreselijke woorden waar ze zo intens verdrietig van werd…die hoort ze niet meer. Nee…terwijl ze opstaat om terug naar het huisje te gaan is het net alsof er een vogeltje op haar schouder is komen zitten dat met een lieflijk stemmetje heel zachtjes zingt:

"Kom Madelief,

mijn hartedief

 

ik vlieg voor jou

dus klim maar langs het touw

 

helemaal naar omhoog

tot nog hoger dan de regenboog.

 

Want daar ontdek je:

opa is niet weg

maar op een ander plekje!

 

***