Fluisterverhalen             

Memories

 

Ik ben een hondenmens en heb altijd één of meerdere honden om me heen.

Het eerste wat ik dus ’s ochtends zo’n beetje doe is een rondje met het hondje maken.

Op deze manier ken ik natuurlijk alle honden in het park bij naam, hetgeen ik van hun

baasjes dan weer niet kan zeggen...

 

....Het gaat net zo als bij kinderen die zeggen: moeder van Anouk of Sebastiaan, zo zeggen de hondenliefhebbers baasje van Fleur, Banji, Casey, Finn of wat voor prachtige namen dan ook.

Erg leuk en natuurlijk heeft het bedrijfsleven daarop ingespeeld en iets nieuws bedacht namelijk het tuigje of de halsband met de naam van het beest erop.

En zo ontmoet je dan een wilde labrador die Teun heet, kom je in het bos een Basset met lodderige ogen tegen die de toepasselijke naam Droef op zijn tuig heeft staan of waar ik ook vreselijk om moest lachen een hele enthousiaste Foks die door zijn 2 bazinnetjes Wim was genoemd en waar ze ontzettend druk mee waren.

Ik vind het echt genieten al die bazen met hun viervoeters aan de wandel en vaak passen ze ook zo wonderwel bij elkaar.

Zo kom ik elke dag Max tegen, een grote dominante wandelende vuilnisbak die precies doet wat hij zelf wil en zijn inconsequente baas regelmatig voor aap laat staan. Baas is altijd erg druk op zijn smartphone bezig en roept zelfs met gebogen hoofd wanneer Max zich wat te opdringerig met voorbijgangers bezig houdt, iets in de trant van: “Hij doet niks hoor of stuur hem maar deze kant op!”

En inderdaad: Max doet niks, vooral niet waar het sturen betreft en als baas haast heeft zit Max dan ook aan de riem, hetgeen een werkelijk volmaakt beeld van hond laat baas uit weergeeft.

Zo maakte ik ook vanmorgen mijn rondje en toen ik mijn Moira aanlijnde om samen de drukke straat over te steken, kwam er aan de overkant een prachtige Ridgeback in beeld.

Het sierlijke dier liep los langs de drukke straat richting de oversteekplaats en pas een eindje achter hem zag ik de baas die ogenschijnlijk helemaal niet op het dier lette.

Geïntrigeerd bleef ik kijken en zag dat de Ridgeback vlak voor het oversteekpunt, vlak voor alle voorbijrazende auto’s  keurig op zijn kont ging zitten wachten op de baas. Waarna het duo zonder ook maar enig stemgebruik als een eenheid rustig samen overstak.

Ontroerend mooi, die onzichtbare lijn tussen hond en baas en het volledig op elkaar kunnen bouwen en vertrouwen.

Meteen keek ik even in de bruine ogen van mijn eigen Moira en wist dat wanneer er aan de overkant van de straat een konijn zich zou roeren, zij er zonder ook maar één seconde te twijfelen achteraan zou gaan en niet zou wachten op mijn toestemming.

Toch ken ik deze woordeloze samenwerking wel en het beeld van de allereerste hond die ik had vanaf het moment dat ik het ouderlijk huis had verlaten, doemde voor mijn ogen op.

Dat was Sasja en ik zag zo voor mij hoe ook zij altijd los liep en, evenals als de Ridgeback net, vooruit liep naar de stoplichten midden in de stad en daar ging zitten wachten op mij.

Daar vond ik toentertijd niets verbazends aan, was even vanzelfsprekend als dat zij in de bus meereisde voor half geld en onaangelijnd het drukke busstation doorkruiste zonder enig commando mijnerzijds.

Heel af en toe zie ik dit samenspel tussen hond en baas terug en vind het in één woord genieten!

Niet dat ik Moira kwalijk neem dat zij dat niet kan hoor, want met haar verleden als voormalige zwerver heeft ze een onbedwingbare drang om achter alles wat beweegt en eetbaar zou kunnen zijn aan te gaan.

Nu kan Cesar Milan waarschijnlijk wel elke hond zo trainen dat hij dit aanleert,

maar dat is niet wat ik bedoel. Nee, ik heb het hier over een speciaal lijntje, dat heb ik met Moira ook, maar misschien daarover later meer.

Mijn leven met Sasja begon ermee dat ik op een dag het onverklaarbare gevoel had dat er ergens een hond op mij zat te wachten. Ik woonde al een poosje samen en er was nog steeds geen hond in huize: “Opjezelf”.

Het gevoel dat er op mij gewacht werd was zo sterk dat mijn toenmalige vriend en ik besloten om maar eens een kijkje in het dierenasiel te nemen, want dat leek ons dan wel de aangewezen plaats daarvoor.

Dus reden wij op een mooie dag met zijn tweeën op ons mobyletje naar het asiel, waar ik Sasja ontmoette die mij zo hartstochtelijk begroette dat het van beide kanten meteen duidelijk was: liefde op het eerste gezicht!

We mochten haar de volgende dag ophalen en daar ging ze: trots rennend naast het mobyletje mee naar het flatje op tien hoog midden in de stad.

Nou, ik kan je vertellen dat die begindagen nog zo makkelijk niet waren hoor!

Sasja was een grote hond, jong, wild en hongerig en de eerste paar dagen vrat ze naast haar prakje uit-de-pot-mee nog zo ongeveer een heel bruin brood per dag!

Wij hadden maar weinig te besteden, schrokken ons het apezuur van deze hoeveelheden en zijn toen maar gauw op brokken overgestapt, wat in die tijd nog geen gemeengoed was.

Bovendien hebben we haar heel wat kilometertjes naast de mobylette laten lopen om haar rustig te krijgen en alle frustraties en opgekropte spanningen uit haar lijf te kunnen lozen.

Daarna kregen we de Grote Afkeuring van de omgeving over ons heen:

hoe haalden we het in ons hoofd om een veel te grote hond in huis te halen, we hadden veel te weinig geld om al dat voer te betalen, waren veel te veel weg en woonden ook nog eens veel te hoog namelijk in een flat op de tiende etage!!!

En ‘veel te’ was het inderdaad al die bemoeienis, want

iedereen was het er over eens: dat beest kon ook nog wel eens wel vals zijn en zou vast en zeker binnen een maand weer teruggebracht moeten worden!!

Maar ik kan je vertellen dat na deze heftige start er tussen Sasja en mij een band is ontstaan die van beide kanten een “kiezen voor elkaar” inhield en zich uitte in een wederzijds volledig vertrouwen.

Want dat ze mij heeft gezocht en bij mij hoorde stond al vanaf de eerste ontmoeting als een paal boven water en de herkenning van deze zilveren lijn is uitgegroeid tot een contact dat pure schoonheid in zich droeg.

Zo is Sasja vele jaren bij mij gebleven tot ze ziek werd en me liet weten dat het genoeg was geweest….

Toen heb ik haar laten gaan…., maar deze band blijft voor altijd bestaan.