Fluisterverhalen             

Dekaberen deel 2

 

Want uiteindelijk begon het er allemaal mee dat mijn kleindochter Jonna mij appte dat ze een beer had gekocht, waarna er een foto van de aankoop volgde.

Ik lag dubbel en vond het geweldig, want de beer op die foto was ongeveer even groot als Jonna zelf!!

Ze was langs ‘de Blokker’ gelopen ( helemaal niet bezig met de aanschaf van wat voor beer dan maar ook),  zag meneer Beer in de etalage staan, wist meteen:

‘die hoort bij mij!’ en heeft haar spaargeld gespendeerd!

Ikzelf denk dus dat berenliefde erfelijk is en via de genen ( nu wordt het wellicht ook wat duidelijker waarom ik bere genen las) wordt doorgegeven. Mijn moeder maakte op latere leeftijd de mooiste beren om daarna allerlei jasjes, bloesjes en broekjes voor ze te naaien. En zo staan er nog 2 oudjes van haar hand op mijn verzamelkamertje te pronken.

Nu staat een beer symbolisch gezien voor de nieuwsgierigheid en de ontdekkingsdrang in de mens, denk maar aan beertje Paddington, maar ook voor bescherming. Waarbij ik eerst even het verhaal wil vertellen dat mijn moeder mij opbiechtte toen ik al volwassen was, het moest haar toch eens van het hart en het gaat als volgt:

Toen ik (Anne) een klein meisje was, had ik een beer waar ik dol op was en deze beer sleepte ik overal mee naar toe. Hij was mijn steun en toeverlaat, mijn maatje,  maar werd op den duur groezelig en op het laatst zelfs heel erg vies. Helaas kon deze ouderwetse beer niet gewassen worden, de vulling kon niet tegen water en toen heeft mijn moeder op een ‘kwade’ dag besloten deze ontoonbare knuffel, waar ze zich voor schaamde, maar weg te gooien.

Daar heeft ze oprecht spijt van gekregen, want naar wat mij is verteld heb ik het maar moeilijk kunnen begrijpen dat Beer weg was, moeder had gezegd dat ie kwijt was geraakt, en heb ik heel verdrietig. heel lang en heel uitgebreid gezocht naar mijn verloren vriendje en dat was natuurlijk vreselijk om aan te zien. Een poos daarna kreeg ik daarna een plastic pop, die was makkelijker schoon te houden, maar het was toch niet hetzelfde als met Beer.

Mijn moeder heeft het goed willen maken door later dus voor iedereen die het maar wilde een mooie beer te maken en deze dan prachtig aan te kleden.

En wie weet ben ik door deze vroegere gebeurtenis wel op het idee gekomen om mensen die in een moeilijke periode van hun leven zitten een beschermbeer te geven. Zo’n beer houd ik dan eerst een tijdje heel dicht bij mij zodat ik hem op kan laden met zilveren twinkelpinkelsterretjes tot hij naar mijn gevoel boordevol energie zit en echt steun kan bieden aan degene voor wie hij bedoeld is.

 
 
 
Maar beren zijn best prijzig en als ik net als Jonna tegen een beer aanloop die ik me kan veroorloven, dan schaf ik deze meteen aan. Je snapt het: een kleindochter naar oma’s hart! Waarmee ik dan eindelijk bij de titelverklaring ben gearriveerd: Ik vond namelijk deze week hele leuke en zeer betaalbare beren bij de Dekamarkt: 
Dekaberen dus...!

Ook vertelde ik in deel 1 dat het woord dekaberen me een beetje deed denken aan het werkwoord inbakeren, want sommige pasgeboren baby’s vinden het heel fijn om in een wikkeldoek te slapen met de armpjes stevig tegen hun lijfje omdat ze daar rustig van worden. Immers waar ze vandaan komen hadden ze niet van die zwabberende uitsteeksels die wij armen en benen noemen, die ze nog lang niet onder controle hebben en steeds zomaar alle kanten uitzwiepen.

En wat doet een mens met een troostbeer….hij slaat zijn armen er omheen en houdt hem stevig tegen zich aan gedrukt, dat is in mijn beleving ook een soort van jezelf inbakeren en daardoor even tot rust komen.

Maar daar ik ongemerkt al schrijvende weer een hele omweg heb gemaakt en het verhaal veel te lang zou worden als ik het vervolg ook nog zou vertellen, zal ik er  nog maar een deel 3 aan toe voegen….

Dus lieve mensen: Dekaberen wordt vervolgd…